Alles over de kawala
Het kawala -instrument geldt als een van de oudste muziekinstrumenten van de mensheid. In het Midden-Oosten en Centraal-Azië komt het in verschillende vormen voor. In Turkije staat het bekend als een herdersinstrument. Herders bespelen de fluit onder meer om grazende schapen en geiten rustig en bij de kudde te houden; deze traditie bestaat nog altijd.
Wat is een kawala?
De kawala heeft acht gaten: zeven aan de voorzijde en één aan de onderzijde. Er bestaan twee typen, de dilli kawala met een blaasmechanisme en de dilsiz kawala zonder mondstuk. Het bereik bedraagt ongeveer tweeënhalf tot drie octaven. Bij de dilli-variant brengt een blokfluitachtig mondstuk de lucht naar de snede. De dilsiz-variant is een open buis waarbij de speler met adem- en liptechniek zelf de gewenste klank vormt.
De dilsiz kawala lijkt qua aanblazen op de ney, maar kent belangrijke verschillen. Om geluid te maken worden de lippen in een U-vorm gebracht. Het instrument wordt evenwijdig aan de kin gehouden en ongeveer 45 graden naar rechts of links ten opzichte van het gezicht gedraaid.

Bij een kawala met mondstuk is het eenvoudiger om een eerste toon te produceren, al vraagt de karakteristieke klank om een specifieke techniek waarbij ook de stand van boven- en onderkaak meespeelt. Omdat het instrument zeer eenvoudig is opgebouwd en de luchtstroom veel vrijheid biedt, kunnen uiteenlopende blaastechnieken worden ontwikkeld.
Laat bij de eerste klankoefeningen alle vingergaten open. Sluit de gaten met de kootjes of zachte delen van de vingers. Nuances kunnen op verschillende manieren worden gemaakt. In Anatolië beweegt de speler het instrument bij lange tonen vaak licht van beneden naar de mond. Ook door de ademdruk te verhogen of verlagen, het hoofd subtiel te bewegen en een vinger iets over een gat te verschuiven ontstaan verschillende kleurnuances.
De geschiedenis van de kawala
Hoewel er verschillende opvattingen over de oorsprong van de kawala bestaan, behoort hij onmiskenbaar tot de oudste instrumenten van de mensheid. In het Midden-Oosten en Centraal-Azië komen uiteenlopende vormen voor. De kawala, die in Turkije al eeuwen bekendstaat als “herdersinstrument” of “fluit”, verspreidde zich door volksverhuizingen en kreeg in verschillende samenlevingen eigen namen en vormen.
De kawala wordt vooral geassocieerd met bergherders in de Balkan en Anatolië. Waar het vroeger vrijwel uitsluitend een herdersinstrument was, wordt het tegenwoordig veel gebruikt in volksliederen en dansmuziek, zowel in ensembles als solo.
De belangrijkste verschillen tussen ney en kawala
De kawala is, net als de ney, een populaire fluit binnen de traditionele muziek van het Midden-Oosten. De vingergaten en de manier van aanblazen verschillen echter. De kawala heeft een tonale structuur die sterk verbonden is met de Egyptische volksmuziek en vormt de basis voor veel instrumentale en vocale volksmelodieën.
Misschien ook interessant: Wat is een neyfluit en hoe bespeelt u die?
De klankkleur van de ney wijkt enigszins af van die van de kaval. De ney heeft een prominente plaats in religieuze en soefitradities en wordt vaak verbonden met spirituele zeggingskracht. De kaval is daarentegen vooral bekend als herdersinstrument. Hij wordt traditioneel bespeeld om grazende schapen en geiten rustig en bij de kudde te houden, een gebruik dat ook vandaag nog voorkomt.

Laat een reactie achter